
Dankzij de recente sneeuwval kreeg ik de kans om de merels te fotograferen terwijl ze een hapje namen op een grote tuintafel, volledig bedekt met sneeuw, waar ik wat kruimels had achtergelaten.
Ze waren niet alleen. Ook andere vogels landden daar om te foerageren, aangetrokken door dat kleine punt van kleur en voedsel in het wit. Een eenvoudig, bijna spontaan gebaar dat uitgroeide tot een moment van stille observatie.
Sneeuw maakt het landschap licht en helder, maar voor vogels betekent ze ook minder kansen om voedsel te vinden. Zaden, insecten en bessen verdwijnen onder een laag die voor het menselijk oog licht lijkt, maar voor hen het verschil kan maken.
Zo werd die korte stop in de sneeuw, tussen de ene foto en de andere, een kleine ontmoeting tussen seizoenen, dieren en dagelijkse aandacht.



Een visuele interpretatie van de legende: de merels, vóór de mereldagen, waren wit als de sneeuw.

